Blog

Het is eindelijk zover. De vlag kan uit. 3 februari 2017 is de dag geworden waarop ik de eerste versie van het manuscript heb voltooid! Zo’n vijftien jaar geleden heb ik de eerste ideetjes op papier gekrabbeld en vanaf vandaag is het verhaal rond. Dat was het uiteraard al langer, het einde stond al jaren vast, maar de rest staat nu eindelijk ook op papier. En ik ga niet bescheiden zijn, het is gaaf geworden. En vreemd, op een goede manier.

Het is iets later dan gepland af, maar er zijn wat redenen waarom het langer duurde om het manuscript te voltooien. Die redenen zijn 60 extra pagina’s die ik niet had ingepland, maar die nu wel op papier staan en waar ik meer dan blij mee ben. Ze waren nodig om het verhaal op de juiste manier af te sluiten. Alhoewel, misschien bestaat er niet zoiets als het afsluiten van een verhaal. Het blijft doorgaan. Het enige wat je daarvoor hoeft te doen is terugbladeren naar pagina 1 en weer opnieuw beginnen met lezen.

Terugbladeren is iets dat ik de komende tijd nog vaak ga doen. De rest van februari zal ik waarschijnlijk bezig zijn met het bijschaven van het manuscript. Er zitten nog wat schoonheidsfoutjes in en soms zeggen personages dingen die nog net even anders (of juist niet) uitgesproken kunnen worden. Puntjes op de i zetten dus. En daarna, zo halverwege of eind maart, kan het benaderen van uitgevers beginnen.

Ik vond het vandaag ook tijd om een tipje van de sluier op te lichten en een fatsoenlijke synopsis online te plaatsen. Wat er tot op heden online stond, was wel heel erg kort en vaag. Zoals eigenlijk veel van mijn blogposts, maar dat terzijde. Mensen die mij kennen, weten dat ik een hekel heb aan het schrijven van synopsissen. Ik vind het enge dingen, die niet leuk zijn om te schrijven. Ze zijn lastig om te schrijven, slechts een vage schim van wat je verhaal is, en toch hebben die paar alinea’s verschrikkelijk veel macht wanneer ze eenmaal op papier staan: ze bepalen of iemand je boek gaat lezen of je film gaat kijken (of besluit te produceren).

Dus voor de nieuwe synopsis, die inmiddels online staat, heb ik even de tijd genomen. Ik moet zeggen dat ik tevreden ben met wat er staat, gezien het de inhoud en de toon van het boek goed vertegenwoordigd. En het zijn mijn eigen woorden, niet de woorden van een marketingstagiair die het boek niet heeft gelezen.

Ik blader maar weer eens terug naar pagina 1 van het manuscript. Dan kan het polijsten beginnen.

Jan

Na een lange radiostilte is het weer tijd voor een nieuwe update over het schrijfproces. In tegenstelling tot de blogposts, heeft het schrijven van het manuscript gelukkig niet stilgelegen. Sterker nog: 50 pagina’s en dan is de eerste versie van het manuscript voltooid.

Iets wat best vreemd is, gezien het verhaal al meer dan 15 jaar in mijn hoofd rondspookt, in verschillende hoedanigheden. Het is heel gek om afscheid te nemen van personages die ik goed ken, en nog gekker om sommigen over de kling te jagen en ze niet meer te vermelden op de bladzijdes die nog resteren. Dingen gebeuren, zoals een van de personages wijselijk zegt.

Tegelijkertijd is het verhaal ook iets wat ik graag wil voltooien, omdat ik er al zo lang mee bezig ben en ik ook andere ideeën heb waarmee ik aan de slag wil. En jarenlang kwam dit verhaal er telkens tussendoor geslingerd, bonkend op de deur op de meest onverwachte momenten. Dat valt over een tijdje allemaal weg.

Iets wat daarvoor in de plaats gaat komen, zullen reacties op het verhaal zijn, in eerste instantie van uitgevers en testlezers. Iets waar ik werkelijk geen idee van heb hoe het gaat verlopen. Ik hoop dat het verhaal mensen vermaakt en ze op sleeptouw neemt naar een andere wereld vol avontuur, zwarte humor en bijzondere figuren. En dat ze het boek na afloop met een grijns weg kunnen leggen.

Het doel om het manuscript eind 2016 af te hebben is dus iets wat ik ga halen, maar het zal nog niet het definitieve manuscript zijn. Januari en februari zal ik nodig hebben voor het herschrijven en pas daarna zal het manuscript opgestuurd worden naar uitgeverijen. En dan kan het nagelbijten beginnen.

Jan

Een nadeel van een ondergrondse wereld is licht, of liever, het gebrek daaraan. Ook al zijn er draken die vuurspuwen en meren van vuur, er is een veelvoud aan duisternis onder de grond. Iets wat de bewoners van de Onderwereld ook al was opgevallen en waar ze een praktische oplossing voor hebben gevonden: de Vuurwachters.

Vuurwachters zijn de lichtaanstekers van de Onderwereld, vergelijkbaar met mensen die aan het eind van de zestiende eeuw rondliepen in de grote steden van Europa om lantaarns aan te steken. Risicovol werk is het wel, gezien er allerlei gevaren loeren in de tunnels diep onder de grond. Vreemde dingen. Dodelijke dingen. Maar toch gaan de Vuurwachters op pad om hun werk te doen, dag in dag uit. En dat allemaal om bewoners te voorzien van een simpele levensbehoefte: licht.

Verlichting is één van de dingen die nog iets van beschaving biedt in de Onderwereld. Veel tunnels hebben om de zoveel honderd meter een paar fakkels of olielampen, maar er zijn ook plekken waar nog elektrische lampen in werking zijn op oude generatoren. De meeste tunnels hebben uiteraard die luxe niet, waardoor de boel handmatig moet worden verlicht. Flink wat werk, waardoor de Vuurwacht in het leven is geroepen.

De Vuurwacht is een organisatie die de Onderwereld van licht voorziet, wereldwijd. Ook al kunnen de meeste bewoners van de Onderwereld prima zien in het donker, er was veel vraag naar een vorm van verlichting voor de grotere tunnels. De komst van de Vuurwacht leidde tot minder ongelukken en ook minder moordpartijen. Dus de verlichting is gebleven, ook al stelt het op de meeste plekken niet veel voor.

Er is wel een keerzijde: bewoners die wonen in gebieden met verlichting moeten belasting betalen voor de diensten die de Vuurwachters leveren. Zilverstukken in ruil voor licht in het duister. Dat er in een post-apocalyptische wereld nog steeds belastingen geïnd worden, is voor sommige mensen wellicht de ultieme nachtmerrie. Sommige dingen zijn nu eenmaal voor eeuwig.

Jan

Terwijl de meeste mensen zonnige oorden opzoeken, bestaat mijn wereld de komende weken voornamelijk uit schrijven. De laatste tijd heb ik wat minder kunnen schrijven, dus heb ik me voorgenomen om een inhaalslag te maken. Vandaar deze keer weer een update over het schrijfproces.

Wanneer ik met een verhaal bezig ben, in wat voor vorm dan ook, voel ik mij altijd schuldig als ik minder tijd heb besteed aan het schrijven en de personages zo links laat liggen. Shit, denk ik dan, ik laat die gast nu al weken wachten voor die deur. Hij wordt ongeduldig. Ik zie het dan ook voor me hoe de personages ongeduldig staan te wachten op mij, als acteurs die in de coulissen lopen te ijsberen, klaar om op te mogen gaan.

Die mentale plaatjes zorgen ervoor dat ik weer achter mijn computer kruip en de personages verder op weg help. Het is ook de enige manier om de gedachte dat mijn personages in een limbo-wereld gevangenzitten van me af te schudden. Als ik daar overigens geen last van zou hebben wanneer ik niet schrijf, dan zou dat voor mij in ieder geval betekenen dat het foute boel is: dan geef ik niet om de personages en is de kans groot dat het verhaal onvoltooid in de prullenbak beland.

Wat betreft het schrijven zelf: ik schrijf nog steeds hoofdstuk voor hoofdstuk, zonder me continu te focussen op de plot. Ik weet het eindpunt en de karakterbogen van de hoofdpersonages, maar verder werk ik niet met kaartjes of andere dingen die structuur of houvast bieden. Dat bederft voor mij het plezier en dan wordt het een technisch gebeuren.

Zodra de eerste versie van het manuscript af is, is er nog tijd zat om me te buigen over structurele zaken die nog niet lekker lopen. Eerst nog even spelen dus. Daarna gaan we wel serieus doen. (Of iets wat daarop lijkt.)

Jan

Mooie dingen hebben scherpe randen. Een uitspraak die regelmatig te horen is en vaak ook waar is. De natuur heeft zo haar redenen om mooie dingen te voorzien van scherpe randen, alsof het één niet zonder het ander mag bestaan. De prijs van schoonheid, om het zo maar even lekker diepzinnig te noemen.

Laten we voor het gemak de roos als voorbeeld nemen. Het is een mooie bloem, die al eeuwen symbool staat voor de liefde en op Valentijnsdag gegeven wordt door mensen die geen zin hebben om de originaliteitsprijs te winnen. Allemaal heel leuk en romantisch, maar als je niet oplet, haal je je handen open aan de doorns. Het zijn rotdingen, maar dat is ook hun levensmissie: ze vormen een effectief verdedigingsmechanisme. Eigenlijk best vreemd om je geliefde iets cadeau te geven waaraan hij of zij zich lelijk kan bezeren, maar dat terzijde.

Wat bij het grote publiek niet bekend is, is dat er ook rozen bestaan, die gemaakt zijn met als doel dat iemand zich aan hen verwondt. Rozen die op ongebruikelijke wijze groeien, diep onder de grond. Ze zijn er al eeuwen en lijken het eeuwige leven te hebben.

Er zijn ook mensen, en andere levensvormen, die denken dat ze er altijd zullen zijn. Individuen die beschikken over een onnatuurlijk lange levensspanne en zich verheven voelen boven alles en iedereen. Het klinkt ook mooi, een lang leven, maar net als bij de roos, zitten er scherpe uitsteeksels aan het vermogen om zo goed als onsterfelijk te zijn. Alles heeft immers zijn prijs en er is een ongeschreven regel, die op iedereen van toepassing is, hoelang hij of zij ook leeft: niemand ontsnapt aan de tijd zonder kleerscheuren.

Jan