Auteur: Gevleugelde Duisternis

Een nadeel van een ondergrondse wereld is licht, of liever, het gebrek daaraan. Ook al zijn er draken die vuurspuwen en meren van vuur, er is een veelvoud aan duisternis onder de grond. Iets wat de bewoners van de Onderwereld ook al was opgevallen en waar ze een praktische oplossing voor hebben gevonden: de Vuurwachters.

Vuurwachters zijn de lichtaanstekers van de Onderwereld, vergelijkbaar met mensen die aan het eind van de zestiende eeuw rondliepen in de grote steden van Europa om lantaarns aan te steken. Risicovol werk is het wel, gezien er allerlei gevaren loeren in de tunnels diep onder de grond. Vreemde dingen. Dodelijke dingen. Maar toch gaan de Vuurwachters op pad om hun werk te doen, dag in dag uit. En dat allemaal om bewoners te voorzien van een simpele levensbehoefte: licht.

Verlichting is één van de dingen die nog iets van beschaving biedt in de Onderwereld. Veel tunnels hebben om de zoveel honderd meter een paar fakkels of olielampen, maar er zijn ook plekken waar nog elektrische lampen in werking zijn op oude generatoren. De meeste tunnels hebben uiteraard die luxe niet, waardoor de boel handmatig moet worden verlicht. Flink wat werk, waardoor de Vuurwacht in het leven is geroepen.

De Vuurwacht is een organisatie die de Onderwereld van licht voorziet, wereldwijd. Ook al kunnen de meeste bewoners van de Onderwereld prima zien in het donker, er was veel vraag naar een vorm van verlichting voor de grotere tunnels. De komst van de Vuurwacht leidde tot minder ongelukken en ook minder moordpartijen. Dus de verlichting is gebleven, ook al stelt het op de meeste plekken niet veel voor.

Er is wel een keerzijde: bewoners die wonen in gebieden met verlichting moeten belasting betalen voor de diensten die de Vuurwachters leveren. Zilverstukken in ruil voor licht in het duister. Dat er in een post-apocalyptische wereld nog steeds belastingen geïnd worden, is voor sommige mensen wellicht de ultieme nachtmerrie. Sommige dingen zijn nu eenmaal voor eeuwig.

Jan

Terwijl de meeste mensen zonnige oorden opzoeken, bestaat mijn wereld de komende weken voornamelijk uit schrijven. De laatste tijd heb ik wat minder kunnen schrijven, dus heb ik me voorgenomen om een inhaalslag te maken. Vandaar deze keer weer een update over het schrijfproces.

Wanneer ik met een verhaal bezig ben, in wat voor vorm dan ook, voel ik mij altijd schuldig als ik minder tijd heb besteed aan het schrijven en de personages zo links laat liggen. Shit, denk ik dan, ik laat die gast nu al weken wachten voor die deur. Hij wordt ongeduldig. Ik zie het dan ook voor me hoe de personages ongeduldig staan te wachten op mij, als acteurs die in de coulissen lopen te ijsberen, klaar om op te mogen gaan.

Die mentale plaatjes zorgen ervoor dat ik weer achter mijn computer kruip en de personages verder op weg help. Het is ook de enige manier om de gedachte dat mijn personages in een limbo-wereld gevangenzitten van me af te schudden. Als ik daar overigens geen last van zou hebben wanneer ik niet schrijf, dan zou dat voor mij in ieder geval betekenen dat het foute boel is: dan geef ik niet om de personages en is de kans groot dat het verhaal onvoltooid in de prullenbak beland.

Wat betreft het schrijven zelf: ik schrijf nog steeds hoofdstuk voor hoofdstuk, zonder me continu te focussen op de plot. Ik weet het eindpunt en de karakterbogen van de hoofdpersonages, maar verder werk ik niet met kaartjes of andere dingen die structuur of houvast bieden. Dat bederft voor mij het plezier en dan wordt het een technisch gebeuren.

Zodra de eerste versie van het manuscript af is, is er nog tijd zat om me te buigen over structurele zaken die nog niet lekker lopen. Eerst nog even spelen dus. Daarna gaan we wel serieus doen. (Of iets wat daarop lijkt.)

Jan

Mooie dingen hebben scherpe randen. Een uitspraak die regelmatig te horen is en vaak ook waar is. De natuur heeft zo haar redenen om mooie dingen te voorzien van scherpe randen, alsof het één niet zonder het ander mag bestaan. De prijs van schoonheid, om het zo maar even lekker diepzinnig te noemen.

Laten we voor het gemak de roos als voorbeeld nemen. Het is een mooie bloem, die al eeuwen symbool staat voor de liefde en op Valentijnsdag gegeven wordt door mensen die geen zin hebben om de originaliteitsprijs te winnen. Allemaal heel leuk en romantisch, maar als je niet oplet, haal je je handen open aan de doorns. Het zijn rotdingen, maar dat is ook hun levensmissie: ze vormen een effectief verdedigingsmechanisme. Eigenlijk best vreemd om je geliefde iets cadeau te geven waaraan hij of zij zich lelijk kan bezeren, maar dat terzijde.

Wat bij het grote publiek niet bekend is, is dat er ook rozen bestaan, die gemaakt zijn met als doel dat iemand zich aan hen verwondt. Rozen die op ongebruikelijke wijze groeien, diep onder de grond. Ze zijn er al eeuwen en lijken het eeuwige leven te hebben.

Er zijn ook mensen, en andere levensvormen, die denken dat ze er altijd zullen zijn. Individuen die beschikken over een onnatuurlijk lange levensspanne en zich verheven voelen boven alles en iedereen. Het klinkt ook mooi, een lang leven, maar net als bij de roos, zitten er scherpe uitsteeksels aan het vermogen om zo goed als onsterfelijk te zijn. Alles heeft immers zijn prijs en er is een ongeschreven regel, die op iedereen van toepassing is, hoelang hij of zij ook leeft: niemand ontsnapt aan de tijd zonder kleerscheuren.

Jan