Auteur: Jan

Na een lange radiostilte is het weer tijd voor een nieuwe update over het schrijfproces. In tegenstelling tot de blogposts, heeft het schrijven van het manuscript gelukkig niet stilgelegen. Sterker nog: 50 pagina’s en dan is de eerste versie van het manuscript voltooid.

Iets wat best vreemd is, gezien het verhaal al meer dan 15 jaar in mijn hoofd rondspookt, in verschillende hoedanigheden. Het is heel gek om afscheid te nemen van personages die ik goed ken, en nog gekker om sommigen over de kling te jagen en ze niet meer te vermelden op de bladzijdes die nog resteren. Dingen gebeuren, zoals een van de personages wijselijk zegt.

Tegelijkertijd is het verhaal ook iets wat ik graag wil voltooien, omdat ik er al zo lang mee bezig ben en ik ook andere ideeën heb waarmee ik aan de slag wil. En jarenlang kwam dit verhaal er telkens tussendoor geslingerd, bonkend op de deur op de meest onverwachte momenten. Dat valt over een tijdje allemaal weg.

Iets wat daarvoor in de plaats gaat komen, zullen reacties op het verhaal zijn, in eerste instantie van uitgevers en testlezers. Iets waar ik werkelijk geen idee van heb hoe het gaat verlopen. Ik hoop dat het verhaal mensen vermaakt en ze op sleeptouw neemt naar een andere wereld vol avontuur, zwarte humor en bijzondere figuren. En dat ze het boek na afloop met een grijns weg kunnen leggen.

Het doel om het manuscript eind 2016 af te hebben is dus iets wat ik ga halen, maar het zal nog niet het definitieve manuscript zijn. Januari en februari zal ik nodig hebben voor het herschrijven en pas daarna zal het manuscript opgestuurd worden naar uitgeverijen. En dan kan het nagelbijten beginnen.

Jan

Een nadeel van een ondergrondse wereld is licht, of liever, het gebrek daaraan. Ook al zijn er draken die vuurspuwen en meren van vuur, er is een veelvoud aan duisternis onder de grond. Iets wat de bewoners van de Onderwereld ook al was opgevallen en waar ze een praktische oplossing voor hebben gevonden: de Vuurwachters.

Vuurwachters zijn de lichtaanstekers van de Onderwereld, vergelijkbaar met mensen die aan het eind van de zestiende eeuw rondliepen in de grote steden van Europa om lantaarns aan te steken. Risicovol werk is het wel, gezien er allerlei gevaren loeren in de tunnels diep onder de grond. Vreemde dingen. Dodelijke dingen. Maar toch gaan de Vuurwachters op pad om hun werk te doen, dag in dag uit. En dat allemaal om bewoners te voorzien van een simpele levensbehoefte: licht.

Verlichting is één van de dingen die nog iets van beschaving biedt in de Onderwereld. Veel tunnels hebben om de zoveel honderd meter een paar fakkels of olielampen, maar er zijn ook plekken waar nog elektrische lampen in werking zijn op oude generatoren. De meeste tunnels hebben uiteraard die luxe niet, waardoor de boel handmatig moet worden verlicht. Flink wat werk, waardoor de Vuurwacht in het leven is geroepen.

De Vuurwacht is een organisatie die de Onderwereld van licht voorziet, wereldwijd. Ook al kunnen de meeste bewoners van de Onderwereld prima zien in het donker, er was veel vraag naar een vorm van verlichting voor de grotere tunnels. De komst van de Vuurwacht leidde tot minder ongelukken en ook minder moordpartijen. Dus de verlichting is gebleven, ook al stelt het op de meeste plekken niet veel voor.

Er is wel een keerzijde: bewoners die wonen in gebieden met verlichting moeten belasting betalen voor de diensten die de Vuurwachters leveren. Zilverstukken in ruil voor licht in het duister. Dat er in een post-apocalyptische wereld nog steeds belastingen geïnd worden, is voor sommige mensen wellicht de ultieme nachtmerrie. Sommige dingen zijn nu eenmaal voor eeuwig.

Jan

Terwijl de meeste mensen zonnige oorden opzoeken, bestaat mijn wereld de komende weken voornamelijk uit schrijven. De laatste tijd heb ik wat minder kunnen schrijven, dus heb ik me voorgenomen om een inhaalslag te maken. Vandaar deze keer weer een update over het schrijfproces.

Wanneer ik met een verhaal bezig ben, in wat voor vorm dan ook, voel ik mij altijd schuldig als ik minder tijd heb besteed aan het schrijven en de personages zo links laat liggen. Shit, denk ik dan, ik laat die gast nu al weken wachten voor die deur. Hij wordt ongeduldig. Ik zie het dan ook voor me hoe de personages ongeduldig staan te wachten op mij, als acteurs die in de coulissen lopen te ijsberen, klaar om op te mogen gaan.

Die mentale plaatjes zorgen ervoor dat ik weer achter mijn computer kruip en de personages verder op weg help. Het is ook de enige manier om de gedachte dat mijn personages in een limbo-wereld gevangenzitten van me af te schudden. Als ik daar overigens geen last van zou hebben wanneer ik niet schrijf, dan zou dat voor mij in ieder geval betekenen dat het foute boel is: dan geef ik niet om de personages en is de kans groot dat het verhaal onvoltooid in de prullenbak beland.

Wat betreft het schrijven zelf: ik schrijf nog steeds hoofdstuk voor hoofdstuk, zonder me continu te focussen op de plot. Ik weet het eindpunt en de karakterbogen van de hoofdpersonages, maar verder werk ik niet met kaartjes of andere dingen die structuur of houvast bieden. Dat bederft voor mij het plezier en dan wordt het een technisch gebeuren.

Zodra de eerste versie van het manuscript af is, is er nog tijd zat om me te buigen over structurele zaken die nog niet lekker lopen. Eerst nog even spelen dus. Daarna gaan we wel serieus doen. (Of iets wat daarop lijkt.)

Jan