Auteur: Gevleugelde Duisternis

Woestijnen zijn gevaarlijke plaatsen, ook in het boek. Net als de meeste woestijnen in onze wereld, zijn het kilometerslange zandvlaktes waar het overdag ondraaglijk heet kan worden en waar de temperatuur ‘s nachts tot ver onder het vriespunt daalt. En er is verder ook vrij weinig te beleven, afgezien van reizigers die spoorloos verdwijnen.

De woestijnen in Gevleugelde Duisternis zijn ook niet helemaal verlaten. Er zijn wezens, die in de volksmond Woestijnbewoners heten, die leven van reizigers. Letterlijk. Het zijn roofdieren en aaseters, die zich schuilhouden in ondergrondse stelsels en zich razendsnel kunnen verplaatsen in los zand.

Aan water heb je dus niet genoeg als je een woestijn wilt doorkruisen. Je moet ook tot de tanden toe bewapend zijn en niet achteraan hebben gestaan toen de hersenen werden uitgedeeld.

De reiziger die geluk heeft en een confrontatie met Woestijnbewoners overleeft, wacht vaak nog een groter gevaar: luchtspiegelingen. Dingen die je gaat zien door de hitte van de zon, wanneer je al dagen door het zand hebt geslenterd en je de uitdroging nabij bent. Je ziet ze dan vanuit je ooghoek verschijnen, dansend aan de horizon in de hitte: je eigen hersenspinsels die proberen om je te verleiden.

De meeste luchtspiegelingen zijn helaas geen oases of beelden van geliefdes. Ze hebben vaak iets naars en zijn misvormd. Dingen die verre van aantrekkelijk zijn. Naast verleidelijk zijn luchtspiegelingen ook verraderlijk. Wanneer je namelijk pech hebt, zijn het geen luchtspiegelingen die je ziet.

Jan

Je zou zeggen dat er veel drakendoders zijn in een wereld vol draken, werk zat immers, maar het is helaas geen populair vak. De meeste mensen die het wagen om het tegen een draak op te nemen, kunnen het niet navertellen. Degenen die het wel overleven, slaan meestal op de vlucht en krijgen de draak achter zich aan, met als gevolg dat het beest alles in de directe omgeving platbrandt ter vergelding. Iets wat ook niet echt opschiet en wat de held bij zijn naasten ook niet populair maakt.

Het grootste probleem bij aspirant drakendoders is onkunde. Ze doen maar iets, in de hoop een keer geluk te hebben. Je kunt het vergelijken met de mensen die probeerden om te vliegen in de 19e eeuw: de meesten hadden geen idee waar ze mee bezig waren.

Er zijn uiteraard uitzonderingen: zo is er een drakendoder met een beruchte reputatie, die heel goed weet waar hij mee bezig is. Iemand die nog jong is, maar desondanks al jaren ervaring heeft. Hij was nog geen twaalf, toen hij zijn eerste draak uit de lucht schoot. En naarmate hij opgroeide, perfectioneerde hij de kunst van het doden.

Gezien bijna niemand hem ooit in levenden lijve heeft gezien, heeft hij een mythische reputatie opgebouwd. Men speculeert graag over deze drakendoder rond het kampvuur. Zo zou hij met zijn blote handen meer dan 50 draken gedood hebben en hun harten rauw hebben opgegeten. Een flinke maaltijd, gezien een gemiddeld drakenhart tussen de 15 en 20 kilo weegt.

Deze drakendoder schijnt op een verlaten plek te wonen, midden in een ondergronds moeras. Een plek die doorgaans gemeden wordt door draken en Drahgûlia. Soms zijn er echter idioten die het wagen om het moeras te betreden. Meestal jonge draken of Drahgûlia, die onder de noemer alfamannetjes vallen. Pompeuze hufters die denken dat ze roem krijgen na het doden van de legendarische drakendoder. Vaak komen deze types niet verder dan het begin van het moeras, voordat ze zelf worden geveld.

Aan de rand van het moeras is door de jaren heen dan ook een onnatuurlijk kerkhof ontstaan, iets wat de meeste avonturiers afschrikt. Toch heeft de bewoner van het moeras nog de moeite genomen om een extra maatregel te treffen: het plaatsen van een geschreven boodschap. Een boodschap die bestaat uit slechts 2 woorden in de Oude Taal: Vrel dwuart. Wees gewaarschuwd.

Wellicht nog de moeite waard om te vermelden dat deze boodschap niet op een traditioneel bord staat, maar op iets anders.

Jan

Aan de regelmaat van iedere vrijdag braaf een nieuwe blogpost plaatsen, is de laatste tijd een einde gekomen. Iets wat de trouwe lezer van deze blog waarschijnlijk al is opgevallen. Gelukkig is daar een logische verklaring voor: ik moet even een film voltooien tussendoor.

Op dit moment zit ik in de laatste post-productie fase van mijn nieuwe film Spelletjesavond, een zwarte komedie, en daar gaat behoorlijk wat tijd in zitten. Wanneer ik tijd heb, ben ik uiteraard ook bezig met het boek. Ik lees op dit moment vooral veel terug en maak aantekeningen.

Het is ook leuk om bezig te zijn met 2 projecten die op het eerste gezicht elkaars uitersten lijken te zijn: aan de ene kant een zwarte komedie in een huiselijke sfeer met vier mensen die een bordspel spelen, en aan de andere kant een avontuurlijk boek met epische locaties en fantasy figuren. Settings die behoorlijk ver uit elkaar liggen.

Toch hebben de 2 projecten zeker een aantal raakvlakken: situaties lopen uit de hand, karakters laten langzaam hun ware aard zien en de humor is inktzwart. In die zin is het werken aan een project als Spelletjesavond even iets anders, maar toch ook weer niet.

Jan